Er is sprake van een economisch totaal verlies als de waarde van het beschadigde goed vlak voor de schade kleiner is dan de som van de restwaarde en de herstellingskost.  In dat geval is het immers voordeliger het beschadigde goed te vervangen door een soortgelijk goed.

Bijvoorbeeld een wagen heeft voor het ongeval een waarde op de 2de handsmarkt van € 10.000 euro.  Naar aanleiding van een ongeval is er € 4.000 schade voor het restant van de wagen is er een bod van € 7.000.  In dat geval is er dus sprake van een economisch totaal verlies.  De schadelijder kan zich immers voor € 10.000 euro een soortgelijk voertuig aanschaffen op de 2de handsmarkt met de verkoopsprijs van de beschadigde wagen en de schadevergoeding van € 3.000 die hij van de aansprakelijke partij ontvangt.

In dit geval kan hij natuurlijk ook beslissen het beschadigde voertuig te behouden en de schadevergoeding te ontvangen om de herstelling deels te betalen of deze een totaal andere bestemming te geven.